Vossen zoeken hun voedsel meestal alleen, maar dat betekent niet dat het solitaire dieren zijn die nauwelijks contact met soortgenoten hebben. Ze kunnen in paren of familiegroepen leven en beschikken over een uitgebreid communicatiesysteem van geluiden, geuren en lichaamstaal. Daarmee houden ze contact met familieleden, herkennen ze soortgenoten, communiceren ze rond de voortplanting en kunnen ze conflicten voorkomen. In dit artikel lees je hoe dat precies werkt.
Geluiden: de vos heeft een rijk repertoire
Vossen kunnen opvallend veel verschillende geluiden maken. Bij de rode vos zijn ongeveer 28 typen vocalisaties beschreven. Bovendien kunnen individuele vossen verschillend klinken, waardoor soortgenoten elkaar waarschijnlijk mede aan hun stem kunnen herkennen. De geluiden variëren van korte blaffen en zachte contactgeluiden tot grommen, gekkering en de bekende doordringende schreeuw.
Een korte blaf kan bijvoorbeeld worden gebruikt als waarschuwing of om contact te houden met een andere vos. Een heel ander geluid is het zogenoemde ‘gekkering’: een snel, stotend of ratelend keelgeluid dat vooral wordt gehoord tijdens gespannen sociale ontmoetingen, conflicten en rond de voortplantingstijd.
Het geluid dat mensen waarschijnlijk het meest bijblijft, is de harde schreeuw of gil van een vos. Die wordt vooral in de winter en rond de paartijd veel gehoord. Zowel reuen als moervossen kunnen luide roepen produceren en de precieze betekenis hangt af van de situatie. Ze kunnen onder meer een rol spelen bij contact tussen vossen en bij de voortplanting. Hoe menselijk of verontrustend zo’n gil ook kan klinken, het is normaal gedrag en op zichzelf geen aanwijzing dat een vos gewond is of in nood verkeert.
Binnen een familiegroep worden ook veel zachtere geluiden gebruikt. Welpen en volwassen dieren maken verschillende piepende, kirrende en zachte contactgeluiden, terwijl grommen, blaffen en andere scherpere geluiden kunnen worden gebruikt bij waarschuwingen, conflicten of dreiging.
Geurmarkering: berichten die blijven hangen
Geur speelt een bijzonder belangrijke rol in de communicatie van vossen. Waar een geluid na enkele seconden verdwenen is, kan een geurmarkering veel langer informatie achterlaten. Vossen gebruiken daarvoor onder meer urine, ontlasting en afscheidingen van verschillende geurklieren.
Rond de anus zitten geurklieren en ook rond de lippen en kaak bevinden zich klieren waarmee geur kan worden achtergelaten. Daarnaast hebben vossen een opvallende klier aan de bovenzijde van de staart, vlak bij de staartbasis: de supracaudale klier. Deze wordt ook wel de ‘viooltjesklier’ genoemd, naar oude beschrijvingen waarin de geur met viooltjes werd vergeleken. De klier lijkt vooral rond de voortplantingstijd actief te zijn en andere vossen besnuffelen deze plek bij onderling contact.
Ook aan de poten bevinden zich geurklieren, al is minder duidelijk welke rol die precies spelen bij bewuste geurmarkering. Urine en ontlasting zijn in ieder geval belangrijke middelen waarmee vossen opvallende plekken in hun leefgebied markeren. Ook kunnen ze hun kop, mondhoeken of lichaam langs voorwerpen wrijven om geur achter te laten.
Zo’n geurmarkering kan informatie geven over de aanwezigheid en identiteit van andere vossen en waarschijnlijk ook over bijvoorbeeld geslacht, voortplantingsstatus en hoe recent een dier ergens is geweest. Op die manier kunnen vossen veel informatie over soortgenoten verzamelen zonder elkaar rechtstreeks te hoeven ontmoeten.
Lichaamstaal: houding, staart en gezicht
Wanneer vossen elkaar wel ontmoeten, speelt lichaamstaal een grote rol. Daarbij worden onder meer de houding van het lichaam, de stand van de oren en staart, de vacht, gezichtsuitdrukkingen en bewegingen gecombineerd. Een vos die zich groot en zelfverzekerd opstelt kan hoog op de poten staan, de oren naar voren houden en de staart hoger dragen. Bij dreiging kunnen de haren op rug en schouders overeind komen.
Een vos die een conflict probeert te vermijden kan zich juist kleiner maken, het lichaam laag houden, de oren plat leggen en de staart laag of dicht tegen het lichaam dragen. In sociale ontmoetingen kunnen ondergeschikte dieren zich zeer laag opstellen of zelfs op de grond rollen.
Toch kun je de stemming van een vos niet betrouwbaar aflezen aan één afzonderlijk signaal. Een hoge staart betekent niet in iedere situatie automatisch dominantie en sommige bewegingen die tijdens een conflict voorkomen, zijn ook te zien tijdens spel. Vooral jonge vossen kunnen tijdens het spelen springen, happen, elkaar op de grond drukken en dreighoudingen nabootsen zonder dat er sprake is van een serieus gevecht. De volledige situatie bepaalt dus wat de lichaamstaal betekent.
Waarom vossen dit allemaal nodig hebben
Vossen gebruiken vaste leefgebieden en binnen een sociale groep kunnen verschillende dieren hetzelfde gebied delen. Tegelijk reageren ze niet iedere soortgenoot hetzelfde: onbekende vossen kunnen als concurrent worden gezien, terwijl partners, welpen en andere leden van een familiegroep juist regelmatig contact met elkaar hebben.
Geurmarkeringen langs routes en op opvallende plaatsen helpen vossen om te weten welke soortgenoten ergens aanwezig zijn. Geluiden maken contact op grotere afstand mogelijk en lichaamstaal helpt bij ontmoetingen van dichtbij. Daardoor kunnen veel conflicten worden opgelost zonder dat dieren daadwerkelijk hoeven te vechten.
Ook jonge vossen die hun geboortegebied verlaten krijgen met dit systeem te maken. Tijdens hun zoektocht naar een eigen leefgebied komen ze door gebieden waar al andere vossen leven. Door geuren, geluiden en directe ontmoetingen krijgen ze voortdurend informatie over de dieren om hen heen.
Een gillende vos gehoord? Dit is normaal
Hoor je in de winter ’s nachts plotseling een harde, indringende gil vanuit een tuin, park of bos, dan kan dat heel goed een vos zijn. Vooral rond de voortplantingstijd worden vossen luidruchtiger en hun roepen kunnen verrassend ver dragen. Hoe onaangenaam of zelfs menselijk het geluid soms ook klinkt, een schreeuwende vos is meestal gewoon aan het communiceren met een soortgenoot. Het geluid alleen is dan ook geen reden om aan te nemen dat het dier gewond is of hulp nodig heeft.



