Je ziet hem ineens in het schijnsel van een straatlantaarn. Een paar meter verderop, kalm, bijna nonchalant. Hij kijkt je even aan, draait zich om en verdwijnt tussen de heggen. Een vos. Midden in de stad. En dat terwijl je altijd dacht dat vossen alleen in bossen en weilanden thuishoren. Toch is de stadsvos in Nederland al lang geen uitzondering meer. In steeds meer steden en dorpen duiken vossen op, en dat roept vragen op. Hoe komt dat? Wat doen ze hier eigenlijk? En wat doe je als er eentje in jouw tuin opduikt?
Waarom trekt de vos de stad in?
De vos is van nature een opportunist met het grootste verspreidingsgebied van alle roofdieren ter wereld. Hij past zich aan aan vrijwel elke omgeving, eet wat voorhanden is en is slim genoeg om nieuwe kansen te herkennen wanneer die zich voordoen. En de stad biedt kansen in overvloed: vuilniszakken die te vroeg buiten staan, compostbakken zonder deksel, achtergelaten etensresten in parken, en mensen die bewust of onbewust bijvoeren. Dagelijks heeft een vos zo'n vijfhonderd gram voedsel nodig, en in de stad is dat gemakkelijker bij elkaar te scharrelen dan menig mensen denkt.
Daarnaast heeft de sterke verstedelijking van Nederland een grote rol gespeeld. Nederland is na Malta het dichtstbevolkte land van de EU, en de bebouwing breidt zich nog steeds verder uit. Wat ooit de rand van het bos was, is nu een woonwijk, waardoor de vos helemaal geen bewuste keuze hoefde te maken om de stad in te trekken: de stad kwam gewoon naar hem toe. Steden zijn bovendien gemiddeld warmer dan het omliggende platteland, een effect dat bekend staat als het stedelijk hitte-eiland. Voor vossen betekent dit een wat comfortabelere leefomgeving, zeker in de winter.
Hoe gedraagt een stadsvos zich?
Een stadsvos is in veel opzichten gewoon een vos, met een territorium, zorg voor zijn jongen en communicatie via geluiden, geuren en lichaamstaal, maar wel een die zich heeft aangepast aan het leven tussen mensen. Stadsvossen zijn doorgaans actief in de schemering en 's nachts, maar overdag zie je ze ook regelmatig. Ze kennen hun omgeving goed, soms verrassend goed. Ze weten welke tuin een open kippenren heeft, welke buren de vuilniszakken vroeg buiten zetten, en waar rustige plekjes zijn om te rusten of een nest te maken. Een vos leert snel wat loont, en past zijn gedrag daar op aan.
In het voorjaar, wanneer er jongen worden geboren, zie je de moedervos vaker actief overdag. Ze moet veel voedsel verzamelen voor haar welpen en heeft daarvoor gewoon meer uren nodig. Stadsvossen zoeken beschutte plekken voor hun hol: onder tuinhuisjes, in dichte struiken, onder schuurtjes of in verlaten hoekjes van parken. Een vos die je in het voorjaar overdag ziet rondlopen is dan ook vrijwel nooit ziek of in gevaar: ze is gewoon druk. Stadsvossen zijn doorgaans niet agressief naar mensen, en een dier dat opvallend tam lijkt is bijna altijd een vos die eraan gewend is geraakt dat mensen voedsel betekenen.
Wat zijn de zorgen, en kloppen die?
Mensen reageren wisselend op stadsvossen, waarbij sommigen het prachtig vinden en anderen zich zorgen maken, maar die zorgen verdienen nuancering. Een gezonde vos mijdt mensen van nature. Bijtincidenten zijn extreem zeldzaam en zijn vrijwel altijd te herleiden naar dieren die door mensen zijn bijgevoerd en daardoor hun natuurlijke schuwheid zijn verloren, zoals ook onderzocht en beschreven door het RIVM (bron). Een vos die zichzelf gedraagt als een vos, is geen gevaar voor kinderen of volwassenen.
Veel mensen vrezen ook dat de vos een bedreiging vormt voor katten of kleine huisdieren. Volwassen katten en vossen leven doorgaans vreedzaam naast elkaar: een vos die een volwassen kat aanvalt is uitzonderlijk. Vossen kunnen drager zijn van aandoeningen zoals schurft of de vossenlintworm, maar het risico voor mensen is bij normaal gedrag erg klein. Vermijd direct contact, laat huisdieren niet aan vossen snuffelen, en was je handen na contact met de grond in gebieden waar vossen komen. Meer is er meestal niet voor nodig. Wat betreft rommel bij vuilniszakken: dat klopt wél, maar dit is geen agressief gedrag. Het is gewoon een slim dier dat een makkelijke maaltijd pakt, en de oplossing ligt eerder bij ons dan bij de vos.
Wat kun je zelf doen?
Wil je prettiger samenleven met de vos in jouw buurt, dan is het vooral een kwestie van slim omgaan met wat je aanbiedt. Voer vossen niet bij, want hoe verleidelijk die bedelende blik ook is, bijvoeren leert vossen dat mensen een voedselbron zijn, wat leidt tot steeds minder schuw gedrag en uiteindelijk voor zowel de vos als de bewoner onprettig uitpakt. Zet vuilniszakken pas kort voor de ophaaltijd buiten, of gebruik een kliko met een goed sluitend deksel. Een vos die geen beloning vindt, zoekt zijn heil elders.
Beveilig je kippenren goed aan alle kanten, inclusief de onderkant, want vossen graven en een nachthok dat goed afsluit is geen overbodige luxe. Als een vos een hol heeft gemaakt onder je tuinhuisje, is geduld vaak de beste aanpak. Na het grootbrengen van de jongen in het voorjaar verlaten vossen het hol doorgaans vanzelf, en ingrijpen tijdens de zoogperiode is bovendien wettelijk niet toegestaan. Meld je een vos met duidelijke ziekteverschijnselen, kale plekken of een sterk vermagerd uiterlijk, dan kun je contact opnemen met een lokale wildopvang of de gemeente. Een gezonde vos heeft die hulp niet nodig en is er ook niet op te wachten.
De stad als leefgebied
De opkomst van de stadsvos zegt iets over de vos, maar ook over ons, want we bouwen steeds meer en steeds verder, waardoor natuur en bebouwing elkaar in toenemende mate overlappen en dieren die zich weten aan te passen daarin hun weg vinden. De vos is daar een schoolvoorbeeld van: hij past zich aan aan poolgebieden, woestijnranden, landbouwgebieden én drukke woonwijken, en doet dat al eeuwenlang met opmerkelijk succes.
Dat vraagt om een andere manier van kijken, waarbij de vos niet langer een indringer in ons domein is, maar een dier dat doet wat dieren altijd doen: overleven, aanpassen, verder. Wie de stadsvos begrijpt, kijkt er al snel met andere ogen naar. En wie weet geniet je er zelfs van, die avond dat hij in het schijnsel van de straatlantaarn even stilstaat, jou aankijkt, en dan rustig verder loopt alsof jij degene bent die er een beetje vreemd bijloopt.



